Rb. Rotterdam 29 november 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10986
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van de mobiele netwerkoperators (VodafoneZiggo, Odido en KPN) en een aantal zogenoemde lokale gebruikers (Schiphol, Havenbedrijf Rotterdam, ECT, Greenet en Venus&Mercury) tegen de besluiten van de Minister van Economische Zaken en Klimaat tot wijziging van het Nationaal Frequentieplan (NFP). Het NFP is een soort bestemmingsplan voor het radiospectrum en wijzigt de bestemming van de 3,5Ghz-band voor mobiele communicatie met het oog op de uitrol van 5G netwerken. In de uitspraak verklaart de rechtbank een deel van de beroepen niet-ontvankelijk en de overige beroepen ongegrond. Dit betekent dat de Minister gelijk krijgt. De procedure kent een lange voorgeschiedenis en liep vertraging op nadat de voorzieningenrechter in een uitspraak van 30 juni 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:6106) een eerder besluit van de Minister schorste omdat daarin onvoldoende rekening werd gehouden met internationale communicatiediensten voor nood-, spoed-, en veiligheidsverkeer voor scheep- en luchtvaart (NSV-communicatie) door Inmarsat. Op 23 februari 2023 nam de Minister een nieuw besluit met waarborgen voor de door Inmarsat verzorgde NSV-communicatie. Gelet op de grote hoeveelheid partijen die aanvankelijk beroep hadden ingesteld heeft de rechtbank in mei dit jaar een regiezitting gehouden waarbij procesafspraken zijn gemaakt met alle partijen. Op de zitting van 11 oktober 2023 zijn de zaken inhoudelijk behandeld en deelden de Minister en Inmarsat mee dat zij een akkoord hadden bereikt over de verhuizing van Inmarsat naar Griekenland; kort erna trok Inmarsat haar beroep in. Het geschil tussen de overige partijen ziet op het reserveren van 300 MHz voor landelijke mobiele communicatie (die via een veiling zal worden verdeeld), het reserveren van tweemaal 50 MHz aan frequentieruimte voor lokaal gebruik onder- en bovenin de 3,5 GHz-band en de keuze daarbij om enkel perceelgebonden netten voor lokaal gebruik te verdelen. De mobiele netwerkoperators vonden in deze procedure dat de Minister te veel ruimte aan de boven- of onderkant van het spectrum had gereserveerd voor lokale gebruikers. Op hun beurt meenden de lokale gebruikers dat hen een verkeerd of te beperkt deel van de 3,5 GHz-band werd toebedeeld. Bij de wijziging van het NFP moet de Minister vooral een doelmatig gebruik van frequentieruimte nastreven. De Minister heeft daarbij op grond van de wet en vaste rechtspraak een ruime beoordelings- en beleidsruimte. Dat betekent dat de rechtbank niet zelf kan vaststellen of en wanneer sprake is van doelmatig gebruik van frequentieruimte maar dat zij terughoudend het oordeel van de Minister daarover toetst aan algemene rechtsbeginselen. De rechtbank moet de keuzes van de Minister die vallen binnen haar beleidsruimte respecteren, mits die niet in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank stelt in haar uitspraak voorop dat partijen sterk uiteenlopende belangen hebben en dat de Minister dus onmogelijk alle partijen tevreden kan stellen. De Minister zal dus beleidsmatige en technische keuzes moeten maken. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de Minister het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en daarbij de nodige adviezen van experts heeft ingewonnen. Ook heeft de Minister begrijpelijke keuzes gemaakt en haar afwegingen voldoende gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 19 september 2023, ECLI:NL:CBB:2023:517
- Rb. Rotterdam 24 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4270
- Rb. Rotterdam 23 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4209
- CBb 20 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:821
- CBb 19 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:181
- CBb 12 oktober 2021, ECLI:NL:CBB:2021:931
- Rb. Rotterdam 30 juni 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6106
- CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:172
- CBb 28 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:455
- ABRvS 25 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:917
- CBb 30 oktober 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BG3831