Rb. Rotterdam 10 mei 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:3933

Financieel toezicht, bestuurlijke boete, beroep gegrond. Eiseres heeft de Wft overtreden. Alleen het uploaden van een rapportage is onvoldoende om van verstrekken in de zin van artikel 3:72, eerste lid, van de Wft te kunnen spreken. DNB heeft de rapportage dan nog niet ontvangen en kan de rapportage inhoudelijk niet inzien. Hiervoor is noodzakelijk dat eiseres op de knop ‘aanleveren’ klikt wat zij niet tijdig heeft gedaan. DNB hoefde niet van boeteoplegging af te zien. Het komt voor rekening en risico van eiseres dat zij (als gewaarschuwd persoon) haar medewerkers niet (voldoende) heeft opgeleid over de juiste manier waarop een rapportage moet worden ingediend of daarbij heeft begeleid. Ook gaat het om een fatale termijn waardoor de duur van de overtreding voor de boeteoplegging niet van belang is. Daarbij is voldoende de kans op het in geding raken van het toezicht of op nadelige gevolgen voor anderen. Verder doet de overschrijding van de beslistermijn in bezwaar niets af aan de overtreding of de beboetbaarheid daarvan en is er van strijd met het gelijkheidsbeginsel niet gebleken. De boete is passend en geboden. De door eiseres genoemde feiten en omstandigheden zijn geen reden om de boete verder te verlagen dan de verlaging die DNB op basis van haar beleid al heeft doorgevoerd. Overschrijding redelijke termijn, verlaging van boete met 20%.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken