Rb. Rotterdam 27 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9278
DNB heeft een beleggingsonderneming een boete van € 10.000,- opgelegd omdat het bedrijf de kartaalrapportage over het eerste kwartaal van 2016 niet tijdig heeft verstrekt. De onderneming heeft binnen een aaneengesloten periode van 13 maanden twee keer te laat gerapporteerd. DNB mocht daarom in redelijkheid gebruik maken van haar bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen. Op 8 juli 2017 heeft DNB haar handhavingsbeleid gepubliceerd. Hierin is vermeld dat de bestuurlijke boete minimaal € 10.000,- en maximaal € 25.000,- bedraagt, afhankelijk van de grootte van de instelling. De bestuurlijke boete kan op grond van de beperkte draagkracht van de overtreder op een lager bedrag dan € 10.000,- worden vastgesteld. De rechtbank acht het handhavingsbeleid niet onredelijk. Ter zitting is namens de beleggingsonderneming verklaard dat zij niet failliet zal gaan als de boete in stand blijft en dat zij de boete in die zin kan dragen. Bij deze stand van zaken en nu de onderneming ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat de boete leidt tot ernstige problemen bij haar bedrijfsvoering, bestaat geen grond voor de conclusie dat DNB bij de bepaling van de hoogte van de boete niet of op onjuiste wijze rekening heeft gehouden met de financiële draagkracht van de onderneming. Ten slotte slaagt het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet.
De uitspraak op rechtspraak.nl