Rb. Rotterdam 21 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9022

Veelprocedeerder. De rechtbank stelt voorop dat verzoeker telkens uiterst ondoorzichtig procedeert, zo ook in deze zaak. Niet alleen bevatten het beroepschrift en andere door verzoeker opgestelde geschriften semantisch gezien onleesbare teksten, die doorspekt zijn met civielrechtelijke en strafrechtelijke kwalificaties, maar ook heeft verzoeker meermaals een vrijwel oeverloze hoeveelheid stukken ingediend zonder dat met betrekking tot het gros van die stukken enig verband lijkt te bestaan met besluitvorming van verweerder. Om die reden is uiteindelijk toepassing gegeven aan artikel 8:39, tweede lid, van de Awb en is een deel van de stukken niet aan verweerder verzonden, maar ter inzage gelegd bij de griffie. (...) Verzoeker heeft aan zijn verzoek niet een van de in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb genoemde oorzaken ten grondslag gelegd. De bestuursrechter is daarom niet bevoegd kennis te nemen van het verzoek. De onbevoegdheid van de bestuursrechter laat onverlet dat hij zich kan wenden tot de burgerlijke rechter (vgl. ECLI:NL:CRVB:2020:3522).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken