Rb. Rotterdam 12 augustus 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:8387

Compensatie AOW-gat. De Regeling ontslaguitkering vliegers (oud) kent een maximale uitkeringsduur van tien jaar tot maximaal de leeftijd van 65 jaar. Op basis van die regeling kan eiser geen aanspraak maken op een uitkering tot aan zijn verhoogde AOW-gerechtigde leeftijd. De rechtbank is niet gebleken dat die langere uitkeringsduur wel door de wetgever is beoogd, uit de regelgeving blijkt of door verweerder is toegezegd. Ook van strijd met het gelijkheidsbeginsel is de rechtbank niet gebleken, omdat de groep vliegers en de top van de nationale politie geen gelijke gevallen zijn. Verder is de rechtbank niet van een verboden onderscheid op grond van leeftijd gebleken. Op basis van de oude regeling hebben ook oudere en jongere vliegers dan eiser aanspraak op een uitkering van maximaal tien jaar. Op basis van de nieuwe regeling kan wel een langere uitkeringsduur dan tien jaar ontstaan als de AOW-gerechtigde leeftijd gedurende de looptijd van de uitkering wordt verhoogd, maar ook dit levert geen verboden onderscheid op grond van leeftijd op. De vliegers die onder de oude regeling vallen en de vliegers die onder de nieuwe regeling vallen zijn twee verschillende groepen die niet gelijk hoeven te worden behandeld. Daarnaast levert het ontbreken van een inkomensoverzicht geen strijd met het motiveringsbeginsel op, omdat het bestreden besluit alleen ziet op beëindigingsdatum van de uitkering en niet op de toekenning of de hoogte van de compensatie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken