Rb. Rotterdam 19 juli 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:5510

KPN heeft de tarieven voor MDF Acces met terugwerkende kracht verhoogd nadat het CBb de door ACM vastgestelde price cap had vernietigd. Omdat ACM meent dat door de verhoging sprake is van marge uitholling heeft zij KPN een last onder dwangsom opgelegd die ertoe strekt dat de (maandelijkse) MDF-tarieven weer worden verlaagd. KPN stelt beroep in omdat zij meent dat zij geen overtreding heeft begaan en Tele2 stelt beroep in omdat zij meent dat de last niet ver genoeg gaat. Naar het oordeel van de rechtbank ziet de ND 5-verplichting ook op tariefaanpassingen met terugwerkende kracht. Voorts heeft ACM de ND 5-verplichting terecht op het niveau van de individuele WBA-aansluiting toegepast. Naar het oordeel van de rechtbank staat het lex certa vereiste er echter aan in de weg dat ACM KPN verplicht om bij de ND 5-toets te rekenen met een langere terugverdienperiode dan 3 jaar, omdat het ULL Besluit 2011 niet een dergelijke verplichting kent. KPN kan niet margeuitholling tegengaan door de maandelijkse tarieven hoog te houden en de eenmalige tarieven te verlagen, omdat dan sprake is van een nieuwe dienst waarvoor een referentieaanbodverplichting geldt. Het beroep van KPN is gegrond. Het beroep van Tele2 is ongegrond. ACM moet een nieuw besluit op bezwaar nemen. De rechtbank treft een voorlopige voorziening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken