Rb. Rotterdam 15 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1072
Misbruik van recht. Wraking. Voor zover eiser heeft verzocht om openbaarmaking van stukken die onder de commissie berusten is niet verweerder, maar de commissie het bevoegde bestuursorgaan, zoals de rechtbank al eerder heeft overwogen in een eerdere zaak waarbij eiser is betrokken (tussenuitspraak van 18 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1951). Verweerder had derhalve niet op het verzamelverzoek van 21 augustus 2016 aan de commissie mogen beslissen. De stelling van eiser dat in deze zaak de commissie het verwerend bestuursorgaan is, wordt door de rechtbank niet gevolgd. Er ligt immers besluitvorming van verweerder voor. Ook indien sprake is van een bevoegdheidsgebrek, omdat een andere bestuursorgaan bevoegd is, laat dit onverlet dat een (vernietigbaar) besluit voorligt van verweerder (zie bijvoorbeeld ABRvS 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1230). De rechtbank zal aan dit bevoegdheidsgebrek geen consequenties verbinden. Zij neemt hierbij in aanmerking wat zij verderop zal overwegen over het door verweerder gestelde misbruik van recht door eiser en zij neemt hierbij voorts in aanmerking de omstandigheid dat eiser reeds in 2012 bekend was met het schriftelijke standpunt van de voorzitter van de onafhankelijke commissie dat beraadslagingen van die commissie op grond van artikel 11 van de Wob niet openbaar worden gemaakt. Omdat eiser nimmer gevolg aan oproepen ter zitting te verschijnen en verweerders standpunt in deze zaken duidelijk is heeft de rechtbank onder toepassing van de zogenoemde antwoordkaartmethode partijen bericht dat een zitting achterwege zal blijven tenzij partijen binnen vier weken alsnog om een zitting verzoeken. Binnen die termijn heeft eiser meegedeeld dat hij niet instemt met het achterwege laten van een zitting in deze zaken. Eiser is anders dan verweerder, die niet om een zitting heeft verzocht, niet op de zitting verschenen. De rechtbank ziet in deze handelwijze van eiser de bevestiging van het standpunt van verweerder dat eiser er alles aan doet om zich ontwrichtend te gedragen jegens verweerder en ieder gesprek over zijn handelwijze en motieven uit de weg gaat.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3482
- ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3514
- Rb. Rotterdam 13 juli 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:5331
- Rb. Rotterdam 29 mei 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4046
- ABRvS 15 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:414
- ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3302
- ABRvS 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3303
- ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2867
- ABRvS 5 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2640
- ABRvS 26 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1102
- Rb. Rotterdam 18 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1951
- ABRvS 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:157
- ABRvS 7 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3118
- ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2447
- ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2384
- ABRvS 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1630
- ABRvS 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1620
- ABRvS 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1230
- ABRvS 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129
- ABRvS 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2529