Rb. Rotterdam 26 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:1060

Bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Wet op het financieel toezicht (marktmanipulatie). Eiser heeft via de beurs participaties verkocht tegen oplopende limieten, terwijl de transacties niet leidden tot een feitelijke wijziging van zijn positie. Daarnaast was de opzet van eiser bij deze transacties tenminste in voorwaardelijke vorm gericht op het brengen of houden van de koers op een kunstmatig niveau. De toezichthouder is bij zowel de voor- als nabespreking van de hoorzitting aanwezig geweest, terwijl eiser noch zijn gemachtigde aanwezig waren en onduidelijk is welke informatie is uitgewisseld. Strijd met artikel 3:2 Awb. Op grond hiervan en vanwege overschrijding van de redelijke termijn is door de rechtbank de boete gematigd. Het beroep is gegrond voor zover het is gericht tegen de hoogte van de aan eiser opgelegde boete.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken