Rb. Rotterdam 22 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2372
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter stelt de AFM zich gelet op het uitblijven van een overtuigende betwisting door verzoeker terecht op het standpunt dat bedrijf 1 oneerlijke handelspraktijken heeft verricht waaraan hij feitelijk leiding heeft gegeven. Aan beleggers in de bedrijven is op verschillende momenten essentiële informatie onthouden dan wel onjuiste of misleidende informatie verstrekt.
De uitspraak op rechtspraak.nl