Rb. Rotterdam 2 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:4569

Flitskrediet. Bestuurlijke boete vanwege wegens overtreding van artikel 2:60, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. Tevens vroegtijdige openbaarmaking van dit boetebesluit. Met de AFM is de rechtbank van oordeel dat de garantiestelling moet worden aangemerkt als verplicht integraal onderdeel van het (flits)krediet dat eiseres aanbiedt. Het betoog van eiseres dat zij slechts onbetekenende kosten in rekening heeft gebracht, nu de in rekening gebrachte aanmaningskosten, oftewel de kosten van niet‑nakoming, buiten beschouwing dienen te blijven bij de vraag of sprake is van onbetekenende kosten, faalt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de AFM terecht geconstateerd dat de bedragen die bij de consumenten in rekening werden gebracht voor de garantiestelling en de hoogte van de niet-nakomingskosten ver boven de maximumkredietvergoeding van 1% van de kredietsom op jaarbasis en € 50,- per jaar liggen. Dit betekent dat de door eiseres bij de consumenten in rekening gebrachte kosten zowel in absolute als in relatieve zin niet als onbetekenend zijn aan te merken. De AFM heeft dan ook terecht geconcludeerd dat zich geen situatie voordeed waarin de Wft op grond van artikel 1:20, eerste lid, aanhef en onder f (thans e), van deze wet niet van toepassing was en dat in de genoemde periode dus sprake was van een overtreding door eiseres van artikel 2:60, eerste lid, van de Wft. Voor matiging van de boete bestaat geen aanleiding. De beroepsgrond dat de publicatie onrechtmatig is, faalt. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken