CBb 7 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:363

Wet op het financieel toezicht, artikel 2:60 lid 1. Richtlijn Consumentenkrediet. Boete wegens zonder vergunning aanbieden flitskrediet. Onbetekenende kosten. Bij de beantwoording van de vraag of de in het kader van de kredietverstrekking in rekening gebrachte kosten kunnen worden gerekend tot de totale kosten van het krediet voor de consument dient niet zozeer een formeel-juridische benadering te worden gevolgd, maar dient veeleer te worden gekeken naar de feitelijke gevolgen voor de consument. Het betoog dat de keuzemogelijkheid tussen een garantstellingsovereenkomst met een aan appellante gelieerde firma (tegen premiebetaling) en een persoonlijke garantsteller (kosteloos) betekent dat geen sprake was van een verplichte nevendienst, slaagt niet. Het aanbod van een kosteloos krediet onder voorwaarde van een persoonlijke garantstelling heeft appellante in het leven geroepen om aan de vergunningplicht te ontkomen. Bevestiging uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken