Rb. Rotterdam 23 september 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BT2712

Artikel 5:58 Wft. Marktmanipulatie. Toerekening. Geen voortdurende overtreding. AFM heeft zowel de medewerker van een beleggingsonderneming als de onderneming zelf een tweetal bestuurlijke boetes opgelegd wegens het verspreiden van een tweetal misleidende berichten rond Fortis in juli en september 2008. Anders dan verzoekers lijken te betogen is niet de maatstaf of de ontvangers van de berichten daadwerkelijk zijn misleid door de berichten, maar is voldoende dat daarvan een misleidend signaal met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van het aandeel Fortis was te duchten. Gelet op de parlementaire geschiedenis is daarvan sprake indien een sterke mogelijkheid bestaat en ingezien kan worden dat van de berichten een onjuist of misleidend signaal uitgaat. AFM hoeft dus niet aan te tonen dat de koers van Fortis ten gevolge van de berichten van de medewerker (verder) is gedaald of dat beleggers zich daadwerkelijk misleid voelen. Voldoende is dat de kans aanzienlijk is dat de ontvanger van het bericht, indien die handelt als een redelijk belegger, bij zijn handelen mede rekening zal houden met die informatie (de als feiten gepresenteerde opinies). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is aan die maatstaf voldaan. De vervolgvraag of de medewerker wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de informatie in zijn berichten onjuist of misleidend is, beantwoordt de voorzieningenrechter eveneens bevestigend. De medewerker had weliswaar goede gronden om aan te nemen dat de positie van Fortis niet rooskleurig was en dat het wellicht in de rede zou liggen dat Fortis op enig moment tot een nieuwe kapitaalinjectie zou overgaan, althans dat dit verstandig zou kunnen zijn, maar hij wist ook dat zijn berichtgeving dienaangaande op speculaties van hemzelf berustten en dat sprake was van een lock-up. Omdat hij zijn speculaties (deels) als feiten heeft gepresenteerd en hij bekend was met de slechte positie van Fortis, had hij redelijkerwijs moeten weten dat de kans aanzienlijk was dat de informatie in de berichten van 15 juli en 15 september 2008 deels onjuist of misleidend was en zou kunnen leiden tot een verdere koersdaling. De overtreding door de medewerker kan mede worden toegerekend aan de beleggingsonderneming nu zij de verspreiding van het bericht door haar medewerkers niet heeft voorkomen en die gedragingen haar ten dienste stonden (die waren gericht op binnenhalen handelsorders). Anders dan de medewerker meent, is geen sprake van één voortdurende overtreding waarop met slechts één boete kan worden gereageerd, maar van twee afzonderlijke overtredingen van dezelfde verbodsbepaling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen