Rb. Rotterdam 28 november 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:9374
ACM heeft bestuurlijke boetes opgelegd aan een energieleverancier wegens het niet (tijdig) verzenden van eindafrekeningen. Voorts heeft ACM twee ledingevenden voor deze overtreding beboet. Het “tegen redelijke tarieven en voorwaarden” leveren van energie omvat naar het oordeel van de rechtbank ook dat binnen een redelijke termijn een eindafrekening wordt gezonden naar de kleinverbruiker die overstapt naar een andere energieleverancier, en dat (indien de voorschotnota hoger uitvalt dan de eindafrekening) in overeenstemming met die eindafrekening wordt verrekend met de overstappende kleinverbruiker. Indien een energieleverancier de gedragslijn hanteert dat hij het verzenden van een eindafrekening naar de overstappende kleinverbruikers (die nog een betaling tegoed hebben) afhankelijk stelt van een expliciet verzoek daartoe van die overstappende kleinverbruikers, hanteert hij niet, althans niet ten volle, zijn algemene voorwaarden. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet een energieleverancier die dit doet, niet aan de algemene gebodsnorm van artikel 95b, eerste lid, eerste volzin, van de E-Wet en artikel 44, eerste lid, eerste volzin, van de Gaswet, zoals die nader is uitgelegd door ACM. Omdat het stelselmatige karakter van de overtredingen – hetgeen op opzet duidt – al is meegenomen in de ernstfactor, is de rechtbank met [A] van oordeel dat die opzet nu tweemaal wordt meegewogen door na toepassing van de ernstfactor 4 een verhoging van 10% toe te passen (vgl. ABRvS 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9561). Besluit 1 kan in zoverre geen stand houden. De rechtbank stelt het boetebedrag dat [A] aan ACM moet voldoen vast op € 6.136.000. Indien ACM van oordeel is dat [B] en [C] als feitelijk leidinggevers kunnen worden beboet dan staat het haar vrij om daartoe over te gaan behoudens de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Indien partijen overeenkomen dat onder specifieke voorwaarden zal worden afgezien van beboeting dan is het bestuursorgaan gehouden om bij vervulling van die voorwaarden af te zien van boeteoplegging. Nu echter niet aan alle gestelde voorwaarden is voldaan, kan niet worden volgehouden dat ACM in redelijkheid geen gebruik mocht maken van haar bevoegdheid tot boeteoplegging. Dat zou eerst anders zijn indien het aan ACM zelf te wijten zou zijn dat de voorwaarden niet zijn nageleefd of dat ACM tussentijds heeft ingestemd met versoepeling van de voorwaarden. Daarvan is evenwel geen sprake. Dat eisers kennelijk afspraken hebben gemaakt met ACM zonder daarin de medeaandeelhouder (voldoende) te kennen komt voor hun eigen rekening en risico.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 51 Sr
- Artikel 55 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 2:377 BW2
- Artikel 5:1 Awb
- Artikel 5:4 Awb
- Artikel 5:5 Awb
- Artikel 5:8 Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 7:15 Awb
- Artikel 8:26 Awb
- Artikel 8:72a Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 24a E-wet
- Artikel 77i E-wet
- Artikel 95a E-wet
- Artikel 95b E-wet
- Artikel 95m E-wet
- Artikel 17a Gaswet
- Artikel 43 Gaswet
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 27 september 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX8528
- ABRvS 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9561
- CBb 22 juni 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW9146
- Rb. Rotterdam 14 juni 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BW8420
- CBb 4 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BT6521
- ABRvS 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6826
- Rb. Rotterdam 5 december 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:BA8924
- HR 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AL7045