Rb. Rotterdam 13 december 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY6184

Overtredingen van de artikelen 8.5 en 8.8 van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc)in verband met het via telemarketing aanbieden van energieleveringsovereenkomsten. Koop op afstand en oneerlijke handelspraktijken. Boetes opgelegd van in totaal € 970.000 en openbaarmaking van het sanctiebesluit. Geen schending van het subsidiariteits- en gelijkheidsbeginsel door verweerder bij het aanwenden van haar onderzoeks- en handhavende bevoegdheid. Bewijsvoering gebaseerd op verkoopgesprekken en call-scripts.Verweerder heeft terecht een overtreding van artikel 8.5 Whc juncto artikel 7:46h, eerste lid, van het BW en overtredingen van artikel 8.8 Whc juncto 6:193i, aanhef en onder c, van het BW, 6:193c, eerste lid, aanhef en onder b, van het BW, 6:193c, eerste lid, aanhef en onder d BW, 6:193c, tweede lid, aanhef en onder b, van het BW en 6:193b, tweede lid,,van het BW vastgesteld. Bevoegdheid verweerder tot handhaving. Hoogte van de boetes. In vergelijking met de in de zaak Pretium daarvoor opgelegde boete van € 45.000 (zie LJN BQ3528) is de aan eiseres opgelegde boete van € 70.000 voor de overtreding van artikel 8.5 Whc juncto 7:46h, 1 BW te hoog. De rechtbank stelt deze boete vast op € 55.000. Verweerder heeft ten onrechte een overtreding van artikel 8.8 Whc juncto artikel 6:193c, tweede lid, aanhef en onder a, van het BW vastgesteld zodat de daarvoor opgelegde boete van € 150.000 niet in stand kan blijven. Publicatie van het sanctiebesluit is niet rechtmatig, omdat verweerder in bezwaar het sanctiebesluit deels heeft herroepen. Ook op de punten waarop het sanctiebesluit in beroep wordt herroepen, is het sanctiebesluit ten onrechte openbaar gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen