Rb. Rotterdam 24 oktober 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY1516

De voorzieningenrechter stelt voorop dat (de gemachtigde van) NVWA, gelet op de niet mis te verstane tekst van art. 8:83 lid 1 Awb, de randen van een behoorlijke procesvoering heeft opgezocht door op het verzoek van de griffier om per ommegaande stukken in te zenden te reageren bij faxbericht met de enkele mededeling dat hij beschikbaar is voor het doen toezenden van de stukken waarover de Rb. wenst te beschikken. (De gemachtigde van) NVWA heeft die randen vervolgens overschreden door niet te reageren op diverse telefonische oproepen van de griffier om alsnog de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. Pas een dag voor de zitting, de uiterste termijn waarbinnen nadere stukken kunnen worden ingediend, zijn van de zijde van NVWA na een faxbericht van de griffier alsnog op verschillende tijdstippen stukken per faxberichten beschikbaar gekomen, waarbij bovendien – ondanks een uitdrukkelijk verzoek daartoe van de griffier – is verzuimd om die stukken ook rechtstreeks aan verzoeksters te faxen. Ten gevolge daarvan bleek dat verzoeksters ter zitting niet over alle stukken beschikten. Omdat aan verzoeksters ter zitting de ontbrekende stukken alsnog door de voorzieningenrechter ter beschikking zijn gesteld en zij gedurende de zitting op die stukken hebben kunnen reageren, zal de voorzieningenrechter hier thans geen verregaande gevolgen aan verbinden. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om reeds om die reden te bepalen dat NVWA aan verzoeksters de betaalde griffierechten zal moeten voldoen en om NVWA te veroordelen in de proceskosten van verzoeksters.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen