Rb. Rotterdam 15 maart 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV9210

Einduitspraak na tussenuitspraak van 24 november 2011 (LJN BU6966). Betreft aanwijzing aan het pensioenfonds om het deel van de beleggingsportefeuille dat in goud is belegd af te bouwen tot maximaal 3%. DNB heeft ter uitvoering van het bepaalde in de tussenuitspraak bij brief van 21 december 2011 een nadere motivering gegeven. DNB heeft naar het oordeel van de rechtbank nog steeds niet inzichtelijk gemaakt waarom een belegging van 13% in goud niet conform de prudent person-norm is en een belegging van 3%, gelet op de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de specifieke omstandigheden van het pensioenfonds, wel. Het is niet duidelijk op welke wijze de risicoverdeling binnen de gehele portefeuille door DNB betrokken is in de beoordeling en welke maatstaven zijn gehanteerd. Uit de motivering zoals deze thans is neergelegd in de brief van 21 december 2011 blijkt nog steeds niet dat er door DNB maatwerk is verricht door de totale beleggingsportefeuille en de specifieke omstandigheden van het fonds in ogenschouw te nemen. DNB heeft de door de rechtbank bij haar tussenuitspraak geconstateerde gebreken niet hersteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen