Rb. Rotterdam 28 april 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ4116
Heffingen wegens doorlopend gedrags- en prudentieel toezicht over 2008 en beroep tegen niet-ontvankelijk verklaard bezwaar tegen de heffingen over de jaren voorafgaande aan 2008 door AFM en DNB. De minister heeft met inachtneming van de artikelen 1:30, 1:33 en 1:34 van de Wft ingestemd met de begrotingen over 2008, de jaarrekening 2008 van AFM en de verantwoording van DNB over 2008. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat aan het Besluit en de Regeling 2008 verbindende kracht moet worden ontzegd. Zoals ook in de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 17 juni 2009 (LJN BJ3233) ten aanzien van deze eisers is overwogen, staat geen rechtsregel er aan in de weg dat de regelgever reparatieregelgeving als hier aan de orde beperkt laat terugwerken en daarbij het uitgangspunt hanteert dat onherroepelijke besluiten niet worden aangetast. Dat eerder in rekening gebrachte kosten ten laste van eisers blijven maakt het bestreden besluit niet onrechtmatig. Er is immers geen plicht voor verweersters om met doorbreking van het beginsel van de formele rechtskracht eisers te compenseren voor reeds opgelegde heffingen die in rechte vaststaan. Het betoog van eisers dat er sprake is van een onrechtmatige daad van verweersters en de minister door het vaststellen en het opleggen van de heffingen sinds 1992 respectievelijk 2002 maakt dit niet anders en kan in het kader van deze bestuursrechtelijke procedure voor het overige niet aan de orde komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1:3 Awb
- Artikel 4:6 Awb
- Artikel 6:8 Awb
- Artikel 6:12 Awb
- Artikel 6:18 Awb
- Artikel 6:19 Awb
- Artikel 6:20 Awb
- Artikel 8:42 Awb
- Artikel 8:74 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 1:30 Wft
- Artikel 1:33 Wft
- Artikel 1:34 Wft
- Artikel 1:35 Wft
- Artikel 1:40 Wft
- Artikel 1:51 Wft
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden