Rb. Rotterdam 26 maart 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL9760
Heffing AFM. De onderhavige heffing voor kosten die samenhangen met de vergunningaanvraag als bedoeld in artikel 2:75, eerste lid, van de Wft is gebaseerd op artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van het op artikel 1:40, vijfde lid, van de Wft gebaseerde Besluit bekostiging financieel toezicht. De omstandigheid dat in het voorliggende geval de behandeling van de aanvraag door AFM, door de intrekking daarvan, beperkt in omvang is geweest, leidt niet tot het oordeel dat eiseres de heffing niet is verschuldigd. Anders dan in de zaak die voorlag in haar uitspraak van 21 augustus 2008 (LJN BJ6499), doen zich thans geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat AFM niet in redelijkheid kan weigeren van de in artikel 17 van het Besluit bekostiging financieel toezicht neergelegde matigingsbevoegdheid gebruik te maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl