Rb. Rotterdam 21 augustus 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6499

Heffing terzake eenmalige toezichtshandelingen uit hoofde van de Wet op het financieel toezicht. Niet in geschil is dat de aanvrager vrijwel direct na indiening van een aanvraag door een medewerker van de AFM is benaderd met het verzoek de aanvraag in te trekken omdat die toch kansloos zou zijn en dat de aanvrager dit verzoek terstond heeft opgevolgd. Deze handelwijze van de AFM heeft er aldus toe geleid dat de vergunningaanvraag in een zeer pril stadium is blijven steken en dat van de zijde van de AFM slechts een zeer summiere beoordeling heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt dat het onder die omstandigheid in rekening brengen van het vaste tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in 17 van het Besluit bekostiging financieel toezicht oplevert.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen