Rb. Rotterdam 25 mei 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI7127
Heffing ter vergoeding van de kosten van de behandeling van de aanvraag voor een vergunning op grond van de Wet toezicht accountantsorganisaties. De Minister van Financiën is bij het vaststellen van de aanpassingsregeling van 15 januari 2009 - voor zover hier van belang - niet getreden buiten artikel 41 Wta en de aldus aangepaste Regeling en Vaststellingsregeling komen evenmin in strijd met artikel 3:4 lid 2 Awb. Intrekking aanvraag doet niet af aan verschuldigdheid van de heffing. Dat eerder aan de vennootschap door de NOvAA het toetsingsoordeel voldoende was afgegeven maakt niet dat de maatschap die de vergunningaanvraag heeft ingediend zich op dwaling kan beroepen terzake de hoogte van het tarief.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3:4 Awb
- Artikel 6:18 Awb
- Artikel 6:19 Awb
- Artikel 8:74 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 11 Verordening op de periodieke preventieve toetsing
- Artikel 5 Wta
- Artikel 41 Wta
- Artikel 80 Wta
- Artikel 39 Bta
- Artikel 2 Regeling toezichtkosten Wet toezicht accountantsorganisaties
- Artikel 8 Regeling toezichtkosten Wet toezicht accountantsorganisaties