Rb. Rotterdam 9 april 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC9982

Vrijspraak witwassen door middel van Hawala-bankieren. 1. Onvoldoende bewijs criminele herkomst van de tenlastegelegde geldbedragen. Uit het onderzoek is gebleken dat de verdachte geldbedragen heeft opgehaald bij [medeverdachte 1] die zich bezighield met Hawala-bankieren. Gebleken is dat aan [medeverdachte 1] in het kader van Hawala-bankieren ook gelden zijn afgegeven die afkomstig waren van de handel in verdovende middelen. Uit de bewijsmiddelen kan echter niet worden opgemaakt dat door de verdachte enig bedrag van [medeverdachte 1] is ontvangen dat terug te voeren is op dat geld. Dit betekent dat slechts dan tot bewezenverklaring van witwassen kan worden gekomen als er, (1) gelet op alle omstandigheden waaronder de verdachte bedragen ontving en afgaf, een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat sprake is van witwassen en (2) de verklaring die de verdachte over de herkomst van het geld geeft, niet de mogelijkheid inhoudt dat het geld een legale herkomst heeft. 2. Veroordeling terzake medeplegen van opzettelijke overtreding van artikel 3 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren (het zonder registratie werkzaam zijn als geldtransactiekantoor)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen