Rb. Rotterdam 9 april 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC9978
Vrijspraak witwassen door middel van Hawala-bankieren. 1. Onvoldoende bewijs criminele herkomst van de tenlastegelegde geldbedragen. De door de verdachte en de medeverdachte verrichte geldtransacties vonden plaats onder omstandigheden die als zogenoemde typologieën van - en daarmee kenmerkend voor - witwassen zijn aan te merken, welke omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de verdachte en de medeverdachte worden verwacht dat zij een verklaring geven over de herkomst van het geld. Dit is door de verdachte en de medeverdachte gedaan. Hoewel in de wijze waarop Hawala-bankieren in praktijk wordt gebracht, verscheidene typologieën van witwassen kunnen worden herkend, kan het bewijs van witwassen niet louter worden gestoeld op het feit dat van Hawala-bankieren sprake is. 2. Veroordeling terzake medeplegen van opzettelijke overtreding van artikel 3 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren (het zonder registratie werkzaam zijn als geldtransactiekantoor)
De uitspraak op rechtspraak.nl