Rb. Rotterdam 9 april 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC9951

Vrijspraak witwassen door middel van Hawala-bankieren. 1. Onvoldoende bewijs criminele herkomst van de tenlastegelegde geldbedragen. De door de verdachte verrichte geldtransacties vonden plaats onder omstandigheden die als zogenoemde typologieën van - en daarmee kenmerkend voor - witwassen zijn aan te merken, welke omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de verdachte worden verwacht dat hij een verklaring geeft over de herkomst van het geld. Dit heeft de verdachte gedaan. Hoewel in de wijze waarop Hawala-bankieren in praktijk wordt gebracht, verscheidene typologieën van witwassen kunnen worden herkend, kan het bewijs van witwassen niet louter worden gestoeld op het feit dat van Hawala-bankieren sprake is. 2. Veroordeling terzake medeplegen van opzettelijke overtreding van artikel 3 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren (het zonder registratie werkzaam zijn als geldtransactiekantoor)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen