Rb. Rotterdam 18 juli 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BB0440

Verweerder heeft aan eiseressen een boete opgelegd omdat zij betrokken zijn geweest bij onderling afgestemde feitelijke gedragingen inzake de verhoging van de consumentenadviesprijzen met betrekking tot fietsen en wijziging van de betalingskorting voor rijwielhandelaren. Daarnaast heeft verweerder aan een deel van de eiseressen ook een boete opgelegd omdat deze eiseressen betrokken zijn geweest bij onderling afgestemde feitelijke gedragingen omtrent de te hanteren maximummarge van fietsfabrikanten aan NFP. Geen sprake van een fishing expedition. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een onderling afgestemde feitelijke gedraging met betrekking tot de verhoging van de consumentenadviesprijzen en de wijziging van de betalingskorting. De uitwisseling van informatie met betrekking tot zowel de consumentenadviesprijzen als de betalingskortingen heeft er toe gestrekt de mededinging te beperken. Verweerder is bevoegd een boete op te leggen. Echter niet geoordeeld kan worden dat er sprake is van een onderling afgestemde feitelijke gedraging ten aanzien van de maximummarge NFP, zodat onvoldoende vaststaat dat er sprake is van een overtreding van artikel 6 van de Mw en artikel 81 van het EG-verdrag. Zodoende kan niet vastgesteld worden dat verweerder bevoegd is ter zake een boete op te leggen. Niet volgehouden kan worden dat er sprake is van een zeer zware overtreding. De rechtbank ziet dan ook aanleiding tot het opleggen van lagere boetes. Wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM door verweerder, worden de boetes met 10% verlaagd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen