Hof Arnhem-Leeuwarden 22 maart 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:2440
WWZ. Transitievergoeding. PGB houder. Arbeidsovereenkomst tussen PGB houder en zorgverleenster. Geen sprake van ontslagname door zorgverleenster. Arbeidsovereenkomst wel ontbonden door de kantonrechter vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Op PGB houder rust een verplichting tot doorbetaling van het loon vanaf het moment dat zorgverleenster zich voldoende kenbaar bereid heeft verklaard tot het (weer) verrichten van haar werkzaamheden. Dat is door haar niet eerder gedaan dan bij indiening van haar verzoekschrift. De wetgever heeft in de bijzondere aard van de arbeidsverhouding tussen een PGB houder en diens zorgverlener (kennelijk) geen aanleiding gezien om daarvoor een (generieke) uitzondering op de transitievergoedingsregeling te maken. Als sprake zou zijn van een omissie, zoals door de PGB houder is aangevoerd, ligt het op de weg van de wetgever om die te herstellen. Het gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten om dat in zijn uitspraken te doen. Er zijn geen persoonlijke omstandigheden van de PGB houder gebleken die maken dat in dit geval toekenning van een transitievergoeding aan de zorgverleenster naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wel onaanvaardbaar is.
De uitspraak op rechtspraak.nl