Rb. Oost-Brabant 3 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:5
Collectieve actie (WAMCA). Arbeidsrecht. Toetsing aan ontvankelijkheidseisen van artikel 1018c lid 5 Rv, en beoordeling van andere voorvragen van artikelen 1018d t/m 1018g Rv. De rechtbank toetst aan het ‘lichte’ ontvankelijkheidsregime (artikel 3:305a lid 6 BW). De rechtbank verklaart FNV niet-ontvankelijk in haar primaire vorderingen vanwege de onduidelijkheid over wat FNV hiermee kan en wil bereiken, en ten behoeve van wie, zodat niet is voldaan aan het waarborgvereiste/representativiteitsvereiste van artikel 3:305a, lid 2, aanhef BW. Voor het overige wordt FNV wel ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst FNV aan als exclusieve belangenbehartiger, omschrijft de inhoud van de collectieve vordering (voor zover ontvankelijk) en omschrijft de groep personen van wie FNV de belangen in deze procedure behartigt. In deze zaak is door gedaagde een (voorwaardelijke) reconventionele vordering ingesteld. De rechtbank ziet geen reden om deze tegenvordering te toetsen aan ontvankelijkheidsvoorwaarden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1018c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018f Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 10 CAO
- Artikel 15 CAO
- Artikel 16 CAO
- Artikel 42 CAO
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 7:623 BW7
- Artikel 7:625 BW7
- Artikel 7:628 BW7
- Artikel 3:305a BW3