Rb. Oost-Brabant 30 juli 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:3515
In 2007 zijn de kinderen van eiseres naar de kinderopvang geweest omdat eiseres aan een studie was begonnen. In dat jaar heeft eiseres kinderopvangtoeslag ontvangen. Van 2008 tot en met 2011 zijn de kinderen niet naar de kinderopvang gegaan omdat eiseres is gestopt met haar studie maar is de kinderopvangtoeslag wel blijven doorlopen, ook nadat eiseres aan de Dienst had bericht dat de kinderopvang stopgezet kon worden omdat ze niet langer gebruik maakte van kinderopvang. Bij de definitieve vaststelling is de kinderopvangtoeslag van 2007 tot en met 2011 uiteindelijk op nihil gesteld en zijn de bedragen die eiseres had ontvangen verrekend met andere toeslagen. Eiseres heeft gevraagd om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag van 2007 tot en met 2011. De Dienst heeft voor 2007 compensatie wegens vooringenomen handelen toegekend. Omdat er van 2008 tot en met 2011 geen kinderopvang is geweest, had eiseres in die jaren geen recht op kinderopvangtoeslag en daarom ook niet op compensatie. De compensatie voor die jaren is daarom afgewezen. Eiseres heeft destijds gevraagd om een afbetalingsregeling. Die is haar niet verleend. De Dienst heeft daarom de tegemoetkoming voor opzet/grove schuld (O/GS-tegemoetkoming) toegekend over de jaren 2008, 2009 en 2011. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij zegt dat vast staat dat ook over 2008 tot en met 2011 vooringenomen is gehandeld. Daarom heeft ze ook over die jaren recht op compensatie. Ze doet een beroep op de hardheidsclausule en de evenredigheid. Eiseres vindt dat de Dienst ook de O/GS-tegemoetkoming over 2010 kan vaststellen. De rechtbank is van oordeel dat de Dienst terecht aanneemt dat eiseres geen recht heeft op compensatie over de jaren 2008 tot en met 2011. Dat volgt uit het systeem van de wet. Als er geen recht bestond op kinderopvangtoeslag, bestaat er geen recht op compensatie. Het beroep op de hardheidsclausule en de evenredigheid slaagt niet omdat onvoldoende is gebleken dat in die jaren sprake was van een schrijnende situatie. Eiseres heeft ongevraagd teveel toeslag ontvangen en moest dat terugbetalen. Daarin verschilt ze niet van anderen die te veel toeslag of uitkering krijgen en dat moeten terugbetalen. Dat ze geen terugbetalingsregeling kreeg was niet terecht maar daarvoor krijgt ze de O/GS-tegemoetkoming. Dat ze de te veel ontvangen kinderopvangtoeslag moest terugbetalen is op zich niet onredelijk hard of onevenredig. Het standpunt van de Dienst dat eiseres zich voor de gevraagde vergoeding van rentekosten moet wenden tot de Commissie Werkelijke Schade acht de rechtbank juist. De rechtbank geeft eiseres wel gelijk over de O/GS-tegemoetkoming over 2010. Dat gaat weliswaar over de huurtoeslag, maar er bestaat wel een wettelijke basis voor de Dienst om daarover te beslissen. Dat valt niet buiten de omvang van het geding omdat eiseres heeft gevraagd om de O/GS-tegemoetkoming over 2008 tot en met 2011 en de Dienst in het bestreden besluit zelf ook ingaat op de vraag of recht bestaat op tegemoetkoming over 2010 inzake de huurtoeslag. Ook volgt de rechtbank daarbij niet de stelling van de Dienst dat er moet worden gewacht op een nadere regeling die naar verwachting pas in 2025 in werking zal treden omdat de wet nu al een basis voor de beoordeling geeft. Dat de Dienst te weinig mensen heeft om ook deze beoordelingen te doen, acht de rechtbank onvoldoende reden om geen toepassing te geven aan de wettelijke verplichting om over te gaan tot de herbeoordeling over 2010.
De uitspraak op rechtspraak.nl