Rb. Oost-Brabant 14 april 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:1647
Verdachte heeft zich in het begin van de eerste coronagolf bij een ziekenhuis voorgedaan als medisch geschoold verpleegkundige die zou beschikken over werkervaring in de ambulancezorg. Verdachte heeft in een tijdsbestek van drie weken daadwerkelijk diverse diensten als verpleegkundige gedraaid. Naast oplichting heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vals opmaken van een aanvraag voor BIG-registratie en heeft hij deze valselijk opgemaakte aanvraag tijdens zijn sollicitatieprocedure gebruikt ter ondersteuning van zijn sollicitatie. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 96 van de Wet BIG. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan oplichting door uit naam van het ziekenhuis een hartmonitor/defibrillator te bestellen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 450 dagen waarvan 161 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Aan het voorwaardelijk deel worden diverse bijzondere voorwaarden verbonden. Van deze voorwaarden is de dadelijke uitvoerbaarheid bevolen. Daarnaast wordt verdachte ontzet uit het recht tot uitoefening van een beroep in de individuele gezondheidszorg dan wel medische hulpverlening voor de duur van 5 jaren. Van poging tot zware mishandeling, mishandeling of opzettelijke benadeling van de gezondheid van patiënten, wordt verdachte vrijgesproken. Om die reden gaat de rechtbank niet over tot de door de officier van justitie gevorderde maatregel van terbeschikkingstelling.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 14e Sr
- Artikel 27 Sr
- Artikel 28 Sr
- Artikel 31 Sr
- Artikel 36 Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 38z Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 225 Sr
- Artikel 326 Sr
- Artikel 261 Sv
- Artikel 38z Sv
- Artikel 7:453 BW7
- Artikel 1 BIG
- Artikel 36 BIG
- Artikel 96 BIG
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht