Art. 1 BIG, Begripsbepalingen
Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG)
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
– andere overeenkomstsluitende staat: staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
– BIG-nummer: nummer, bedoeld in artikel 3, tweede lid;
– erkend specialistenregister: een specialistenregister ten aanzien waarvan op grond van artikel 14, eerste lid, de specialistentitel is erkend, dan wel een specialistenregister dat op grond van artikel 16 in het leven is geroepen;
– geneeskunst: gebied van de individuele gezondheidszorg in het kader waarvan handelingen worden verricht, die:
a. ertoe strekken een persoon van een ziekte te genezen;
b. ertoe strekken een persoon voor het ontstaan van een ziekte te behoeden;
c. ertoe strekken de gezondheidstoestand van een persoon te beoordelen;
d. ertoe strekken verloskundige bijstand bij een persoon te verlenen;
e. gericht zijn op het afnemen van bloed bij een persoon dan wel het wegnemen van weefsel, voor andere doeleinden dan die bedoeld onder a tot en met d;
f. gericht zijn op het wegnemen van weefsel bij een overledene en het verrichten van sectie;
g. gericht zijn op het aanbrengen, modificeren, herstructureren en wegnemen van weefsel bij een persoon, voor andere doeleinden dan die bedoeld onder a tot en met d;
– individuele gezondheidszorg: zorg die rechtstreeks betrekking heeft op een persoon en ertoe strekt diens gezondheid te bevorderen of te bewaken, het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen, waaronder geneeskunst;
– inspecteur: de inspecteur van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
– Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
– register: een overeenkomstig artikel 3, eerste lid, of artikel 36b, eerste lid, ingesteld register;
– vooronderzoeker: degene die op grond van artikel 66, eerste lid, tot het verrichten van een vooronderzoek is aangewezen dan wel dit onderzoek als aangewezene heeft verricht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:652
- Rb. Rotterdam 19 juni 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:4751
- HR 15 oktober 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3797
- Hof 's-Hertogenbosch 11 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3527
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:2967
- ABRvS 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3414
- Rb. Rotterdam 16 november 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY3424
- Rb. Den Haag 19 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:9449
- Conclusie A-G Harteveld 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:564
- HR 16 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:62
- HR 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4859
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:534
- Hof Amsterdam 16 december 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7698
- CBb 25 februari 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP6915
- CBb 17 december 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BP0452
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8377
- Rb. Zeeland-West-Brabant 16 september 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:6382
- Rb. Zwolle-Lelystad 18 december 2007, ECLI:NL:RBZLY:2007:BC0423
- Rb. Zwolle-Lelystad 18 december 2007, ECLI:NL:RBZLY:2007:BC0416
- Rb. Utrecht 6 mei 2004, ECLI:NL:RBUTR:2004:AO9484