Rb. Oost-Brabant 17 augustus 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3395
Handelszaak over een metaal-op-metaal (MoM) heupprothese. In deze zaak wordt de claim van de patiënt zowel tegen de producent en de importeur, als tegen de arts en het ziekenhuis, afgewezen. Op basis van de algemene en gebrekkig onderbouwde stellingen van eiseres in haar dagvaarding (uit 2014!), waartegen door gedaagden verweer is gevoerd waarop eiseres inhoudelijk slechts zeer ten dele heeft gereageerd, kan niet worden geconcludeerd tot aansprakelijkheid van een of meer van gedaagden. Gelet op de wijze waarop door eiseres is geprocedeerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om repliek en dupliek toe te staan.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 20 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 132 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:74 BW6
- Artikel 6:77 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:185 BW6
- Artikel 6:186 BW6
- Artikel 6:187 BW6
- Artikel 6:188 BW6
- Artikel 6:191 BW6
- Artikel 7:446 BW7
- Artikel 7:448 BW7
- Artikel 7:450 BW7
- Artikel 7:453 BW7
- Artikel 7:462 BW7
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 5 EEX
- Artikel 24
Aangehaalde uitspraken
- HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1172
- HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1082
- HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1090
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10751
- HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590
- Rb. Midden-Nederland 21 juni 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:7048
- Rb. Rotterdam 21 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4825