Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10751
BW art. 6:185 ev. Productaansprakelijkheid. MoM-prothese. Wie geldt (ook) als producent? Vervaltermijn van eindproduct dat uit verschillende delen bestaat met verschillende data in het verkeer brengen. Een patiënt (geïntimeerde) houdt Zimmer c.s. als producent aansprakelijk voor een gebrek in de MoM-heupprothese, in het bijzonder door de wrijving van de (metalen) kop in de (metalen) kom; in het bloed van patiënt zijn verhoogde kobalt- en chroomwaarden aangetroffen. De producent van de MoM-prothese heeft de vier onderdelen hiervan op verschillende tijdstippen in het verkeer gebracht, waardoor de vervaltermijn van de vier onderdelen op verschillende tijdstippen voltooid zijn. De vervaltermijn van de kop zou voltooid zijn en die van de kom niet. Omdat de gestelde gebrekkigheid veroorzaakt wordt door de werking van de kop en de kom tezamen kiest het hof voor één vervaltermijn en wel voor de laatste datum van het in het verkeer brengen van de kom. Bevestiging beslissing Rechtbank Midden-Nederland 21 juni 2017. ECLI:NL:RBMNE:2017:7048
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 9 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 337 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 353 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 355 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 356 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 401a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:185 BW6
- Artikel 6:187 BW6
- Artikel 6:188 BW6
- Artikel 6:191 BW6
- Artikel 6:193 BW6