Art. 2.1 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening, (aanwijzing terreinen, gebieden en installaties)
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
1. Als militaire terreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 1 vermelde terreinen.
2. Als onveilige gebieden buiten militair terrein van schietterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, tweede lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 2 vermelde gebieden.
3. Als militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, derde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 3 vermelde terreinen.
4. Als geluidszones voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, vierde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 4 vermelde zones.
5. Als obstakelbeheergebieden voor de militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, vijfde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 5 vermelde gebieden.
6. Als zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zesde lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 6 vermelde installaties.
7. Als bouwbeperkingengebieden rondom zend- en ontvangstinstallaties buiten militaire luchtvaartterreinen, bedoeld in artikel 2.6.2, zevende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 7 vermelde gebieden.
8. Als radarstations, bedoeld in artikel 2.6.2, achtste lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 8 vermelde radarstations.
9. Als radarverstoringsgebied, bedoeld in artikel 2.6.2, negende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 9 vermelde gebieden.
10. Als begrenzingen van de laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen, bedoeld in artikel 2.6.2, tiende lid, van het besluit, worden aangewezen de in bijlage 11 vermelde begrenzingen.
11. Als munitieopslagplaatsen, bedoeld in artikel 2.6.2, elfde lid, van het besluit, en bijbehorende veiligheidszones, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van het besluit worden aangewezen de in bijlage 12 vermelde opslagplaatsen en de in bijlage 13 vermelde veiligheidszones.
12. Van de in de het eerste tot en met elfde lid bedoelde terreinen, gebieden, zones en objecten zijn de geometrische plaatsbepalingen vastgelegd in het GML-bestand bij deze regeling en zijn de kaarten, waarop die plaatsbepalingen zijn verbeeld, in de in het eerste tot en met elfde lid bedoelde bijlagen opgenomen.