Rb. Oost-Brabant 19 mei 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2000

Tozo. Intrekking en terugvordering. Afwijzing aanvraag. Woonplaats niet in Boxmeer of Nederland. De rechtbank is van oordeel dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van eiser en dus zijn hoofdverblijf zich in de periode van januari 2020 tot en met 16 december 2020 niet in de gemeente Boxmeer en Nederland bevond. Eiser verbleef in die periode overwegend in Engeland bij zijn vriendin en zoon. Dat eiser sinds 2012 wel op een adres in Boxmeer staat ingeschreven en nooit enige activiteiten qua werk of wonen in Engeland heeft ontwikkeld, maakt dat niet anders. Dat is immers niet het criterium waaraan moet worden getoetst. Dit betekent dat eiser in de te beoordelen periode zijn woonplaats niet in de gemeente Boxmeer of in Nederland had. Eiser heeft met zijn inlichtingen de onjuiste indruk gewekt dat hij gewoonlijk 50% van zijn tijd in Boxmeer verblijft en dat hij uitsluitend tijdelijk, namelijk tijdens de lockdown, langer bij zijn vriendin en zoon in Engeland heeft verbleven. Daarom heeft eiser zijn inlichtingenverplichting geschonden. De rechtbank acht geen dringende redenen aanwezig om van terugvordering af te zien. Verweerder heeft terecht eisers uitkeringen op grond van de Tozo 1 en 2 ingetrokken en teruggevorderd en ook terecht eisers aanvraag om een uitkering op grond van de Tozo 3 afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken