Art. 40 Participatiewet, Woonplaats en adresgegevens
1. Het recht op bijstand bestaat jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bijstand aan een belanghebbende die niet is ingeschreven als ingezetene met een woonadres of briefadres in de basisregistratie personen wordt verleend door het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente.
2. Indien bij de beoordeling van het recht op bijstand blijkt dat het door een belanghebbende verstrekte adres van hemzelf, van zijn echtgenoot of van een kind afwijkt van het adres waaronder de betrokkene in de basisregistratie personen is ingeschreven, schort het college de betaling van de bijstand op.
3. Geen opschorting vindt plaats indien:
a. de afwijking redelijkerwijs geen gevolgen kan hebben voor het recht op of de hoogte van de bijstand;
b. de belanghebbende van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt;
c. daarvoor naar het oordeel van het college dringende redenen aanwezig zijn;
d. de belanghebbende voor het leveren van mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte tijdelijk gebruikmaakt van een hoofdverblijf elders.
4. Het college doet schriftelijk mededeling van de opschorting, bedoeld in het tweede lid, aan de belanghebbende en geeft daarbij de gelegenheid tot adreswijziging in de basisregistratie personen binnen een door het college te stellen termijn.
5. De opschorting wordt beëindigd zodra het aan het college gebleken is dat de afwijking niet meer bestaat. Indien de afwijking ook na de krachtens het vierde lid gestelde termijn nog bestaat, herziet het college het besluit tot toekenning van de bijstand of trekt het dit in met ingang van de eerste dag waarop de betaling van de bijstand is opgeschort.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 15 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2034
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:1690
- CRvB 7 januari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:80
- CRvB 22 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:380
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6069
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8981
- Rb. Zeeland-West-Brabant 31 januari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:469
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 december 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:6699
- Rb. Zeeland-West-Brabant 16 juli 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3619
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:1774
- Rb. Zeeland-West-Brabant 14 mei 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:2178
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 maart 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1754
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 maart 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1521
- Rb. Rotterdam 22 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8980
- CRvB 31 maart 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:407
- CRvB 31 maart 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:394
- CRvB 25 november 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1730
- CRvB 9 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1084
- CRvB 8 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3230
- ABRvS 21 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:851