Art. 26 IOAW, Terugvordering
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
1. Indien de uitkering met inachtneming van artikel 3 is verleend, worden voor de toepassing van deze paragraaf als belanghebbenden aangemerkt de in dat artikel bedoelde personen.
2. Indien de uitkering met inachtneming van artikel 3, had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat de belanghebbende onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 13, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, kan de gedurende het betrokken tijdvak ten onrechte verleende uitkering mede worden teruggevorderd van de persoon met wiens inkomen bij de verlening van de uitkering rekening had moeten worden gehouden.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte verleende uitkering.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1127
- Rb. Zeeland-West-Brabant 6 december 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8354
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 oktober 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6983
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 oktober 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:6982
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 augustus 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:5749
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 november 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7900
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 december 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:6235
- Rb. Oost-Brabant 19 mei 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2000
- Rb. Noord-Nederland 27 november 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4790
- CRvB 16 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1565
- CRvB 5 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:945
- CRvB 5 augustus 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BE0074
- CRvB 18 oktober 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AU5119