Rb. Oost-Brabant 29 april 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1765
Korpschef van de politie moet nader onderzoek doen naar aanleiding van Wob-verzoek uit 2017 In april 2017 heeft een inwoner van Vught op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) de korpschef van de politie verzocht om informatie over – kort gezegd – de ondersteuning die de korpschef geeft aan het mediabedrijf Simpel Media en aan het door dit bedrijf voor RTL 4 geproduceerde televisieprogramma Ontvoerd. De korpschef heeft gefaseerd beslissingen genomen op het Wob-verzoek, in augustus en november 2017 en in februari 2018 (deelbesluiten I, II en III). De korpschef heeft informatie deels openbaar gemaakt. Die beslissingen heeft de korpschef na bezwaar gehandhaafd. Het gaat vooral om e-mails. Passages hierin zijn om verschillende redenen weggelakt. Eiser vindt dat de korpschef nog steeds te weinig informatie openbaar heeft gemaakt en dat de korpschef nadere zoekslagen moet verrichten. Eiser vermoedt dat er nog meer informatie voorhanden is, informatie die de korpschef nog niet heeft betrokken in zijn beoordeling. Ook vindt eiser dat de korpschef meer passages uit de e-mails had moeten openbaren. De rechtbank heeft de zaak voor de eerste keer met partijen besproken op 8 oktober 2020. Drie dagen voor deze zitting heeft de korpschef laten weten dat hij, naar aanleiding van wat eiser in beroep heeft aangevoerd, nader gaat onderzoeken of er wellicht nog meer informatie is dat onder het bereik van het Wob-verzoek valt. Die nadere zoekslag heeft nog meer informatie opgeleverd. Daarover heeft de korpschef in januari en februari 2021 nog twee besluiten genomen (deelbesluiten IV en V). De korpschef heeft die informatie deels openbaar gemaakt. De rechtbank heeft de zaak verder met partijen besproken op 2 maart 2021. De rechtbank heeft op 29 april 2022 uitspraak gedaan. De rechtbank vindt dat de korpschef nadere zoekslagen moet verrichten en inzichtelijk moet maken hoe hij naar informatie heeft gezocht. En als de korpschef dan meer informatie aantreft, moet hij beoordelen of die informatie openbaar gemaakt kan worden. Ook moet de korpschef het Wob-verzoek doorzenden naar andere bestuursorganen (OM, minister van Justitie en Veiligheid, minister van Buitenlandse Zaken, minister van Defensie, politie in het buitenland). Zij moeten onderzoeken of zij beschikken over informatie dat valt onder de reikwijdte van het Wob-verzoek. Verder oordeelt de rechtbank dat de korpschef in een aantal gevallen beter moet motiveren waarom hij in een aantal documenten datums heeft weggelakt. Ook voor een groot aantal andere weglakkingen moet de korpschef met een betere motivering komen. Er zijn ook een groot aantal weglakkingen die volgens de rechtbank wel terecht zijn gebeurd. De rechtbank heeft met een tussenuitspraak de korpschef de mogelijkheid gegeven om binnen 12 weken de geconstateerde gebreken te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 28 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 29 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 141 Sv
- Artikel 12 MAW
- Artikel 19.1a Wm
- Artikel 1 Wob
- Artikel 4 Wob
- Artikel 10 Wob
- Artikel 11 Wob
- Artikel 8:29 Awb
- Artikel 8:51a Awb
- Artikel 8:51b Awb
- Artikel 8:80a Awb
- Artikel 14 Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
- Artikel 1 Wpol
- Artikel 7 Wpol
- Artikel 16 Wpol
- Artikel 24 Wpol
- Artikel 21 Wgbz
- Artikel 3 Politiewet 2012
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 4 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1743
- ABRvS 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:781
- ABRvS 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1991
- ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:849
- ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4241
- ABRvS 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2143
- ABRvS 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1029
- ABRvS 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:6
- ABRvS 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2803
- ABRvS 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1586