ABRvS 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1991
Bij besluit van 5 november 2018 heeft de minister van Justitie en Veiligheid naar aanleiding van een verzoek van [appellant] een document gedeeltelijk openbaar gemaakt. Volgens [appellant] is hij door een telefoniste van het Ministerie van Justitie en Veiligheid op negatieve wijze te woord gestaan. Om deze reden heeft hij de minister verzocht alle schriftelijke communicatie over hem en alle interne e-mails te verstrekken om op die manier een beeld te krijgen hoe er intern op het ministerie over hem wordt gesproken. De minister heeft dit verzoek aangemerkt als een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.
De uitspraak op rechtspraak.nl