Rb. Oost-Brabant 23 november 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:5777

Veroordeling voor: T.a.v. feit 1:het medeplegen van opzettelijk waren verkopen, te koop aanbieden, afleveren of uitdelen, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, meermalen gepleegd. T.a.v. feit 2:het medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8c van de Warenwet, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. T.a.v. feit 3:het medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 4 van de Warenwet, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd. Verdachte en de medeverdachten hebben gedurende enkele maanden grote hoeveelheden vlees te koop aangeboden, verkocht en afgeleverd dat (potentieel) schadelijk was voor het leven of de gezondheid. Daarnaast zijn bepalingen van de Warenwet overtreden. Opgelegd wordt: mbt feit 1: een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis; mbt feit 2: een geldboete van EUR 750,- subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren; mbt feit 3: een geldboete van EUR 750,- subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verweren niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie zijn verworpen. Overwegingen verjaring en stuiting verjaring. Overweging lex specialis van artikel 174 Wetboek van Strafrecht. Overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken