Rb. Oost-Brabant 29 augustus 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:4563

De zaak gaat om een forse uitbreiding van een mestverwerkingsinstallatie in Asten. Er is vergunning verleend voor een aantal onderdelen. Twee omwonenden en de Stichting Mens dier en Peel hebben hiertegen beroep ingesteld. In het besluit heeft verweerder (GS van Noord-Brabant) de grens van het bouwblok gelijk getrokken met de grens van het bouwperceel. Gelet op de definitie van het begrip ‘Bouwperceel’ zijn dit niet alleen de gronden waarop bouwwerken mogen worden gebouwd, maar ook gronden waar voorzieningen die horen bij het bedrijf worden gerealiseerd. Een erfverharding en een parkeerplaats kunnen als voorziening worden aangemerkt en tellen mee bij de oppervlakte van een bouwperceel. In dit geval liggen 6 parkeerplaatsen buiten het bouwperceel en dat is in strijd met de VR2014. Verder had verweerder moeten voorschrijven dat alleen Brabantse mest wordt verwerkt omdat in de Verordening Ruimte met zoveel worden is bepaald dat een mestverwerkingsinstallatie alleen mag worden uitgebreid in verband met het terugbrengen van het mestoverschot in Noord-Brabant. De rechtbank is wel van oordeel dat de geurhinder van de mestverwerkingsinstallatie in combinatie met de veehouderij goed in kaart is gebracht. De rechtbank oordeelt tot slot dat er geen indicaties bekend zijn voor onaanvaardbare volksgezondheidsrisico’s door mestverwerkingsinstallaties. Verweerder krijgt de gelegenheid de gebreken in de besluitvorming te herstellen. In de tussentijd worden de besluiten wel gedeeltelijk geschorst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken