Rb. Oost-Brabant 13 maart 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:1126
Mestbewerkingsinstallatie. Geurhinder. Directe leefomgeving. Gelet op de aanzienlijke afstand tussen de woning van eisers en het Natura 2000 gebied (op circa 4 kilometer afstand, is de rechtbank van oordeel dat dit gebied geen deel uitmaakt van zijn directe leefomgeving en wordt de daarop betrekking hebbende beroepsgrond buiten beschouwing gelaten vanwege artikel 8:68a van de Awb. De rechtbank is, nadat het advies van de Stichting advisering bestuursrechtspraak hierover is ingewonnen dat de grenswaarden in de voorschriften 19.4.2 en 19.4.3 voldoende waarborg bieden tegen onaanvaardbare geurhinder vanwege de mestbewerkingsinstallatie. De rechtbank acht hiertoe doorslaggevend dat de grenswaarden in de genoemde voorschriften binnen de range van de andere branchenormen vallen. Eiser heeft dit niet gemotiveerd bestreden. In hoeverre de richtwaarden en grenswaarden in de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant in zijn algemeenheid voldoende waarborg bieden tegen onaanvaardbare geurhinder, kan in deze zaak in het midden blijven omdat de voorschriften voorzien in een concrete normstelling. Het geniet uit oogpunt van rechtszekerheid aanbeveling om in de voorschriften duidelijk te vermelden om welke immissie het gaat, alsmede op welke plek aan de voorschriften moet worden voldaan. Verder is er geen beletsel is om de algemene verplichting om maatregelen tegen geurhinder te treffen nader te specificeren door middel van een concreet middelvoorschrift. Dit kan ook beter worden gecontroleerd en biedt partijen meer zekerheid. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en verbindt zelf andere voorschriften aan de vergunning.
De uitspraak op rechtspraak.nl