Rb. Oost-Brabant 8 april 2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:1680
Revisievergunning of actualisatie. MER Beoordeling. Gevolgen vernietiging beschikking eerste fase Samenvatting: De zaak betreft een beschikking eerste fase voor het veranderen van een afvalstoffeninrichting. De rechtbank is van oordeel dat slechts een beperkt deel van de eisers merkbaar milieugevolgen kan ondervinden van de inrichting. Slechts zij kunnen als belanghebbenden beroep tegen dit besluit instellen. Ook de vereniging Leefmilieu is als belanghebbende aangemerkt. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat belanghebbenden zijn benadeeld door het verzuim van de gemeente Heeze-Leende om alle stukken bij de ontwerpbeschikking ter inzage te leggen op het gemeentehuis omdat GS alle stukken wel in het provinciehuis ter inzage hebben gelegd. De rechtbank acht de niet-technische samenvatting bij de aanvraag ontoereikend, maar is van oordeel dat dit gebrek tijdens de procedure is hersteld. Het gaat om een complexe inrichting waar in de loop der tijd veel is gewijzigd. GS hebben niet alleen de aangevraagde uitbreiding toegestaan maar hebben ook nieuwe geurvoorschriften voor het bestaande deel van de inrichting opgelegd. Bij de toepassing van de provinciale beleidsregel voor geurhinder speelt de bestaande situatie waaronder de geurhinder vanwege de groencompostering in de open lucht een belangrijke rol. De rechtbank is van oordeel dat GS onder deze omstandigheden hadden moeten bepalen dat een revisievergunning had moeten worden aangevraagd. Dan hadden zij kunnen bezien of de best beschikbare technieken in de inrichting worden toegepast. Dit had kunnen resulteren in een voor ieder duidelijk en overzichtelijk stelsel van voorschriften. De rechtbank is verder van oordeel dat GS niet goed hebben beoordeeld of een milieueffectrapport had moeten worden opgesteld. Daarom vernietigt de rechtbank de beschikking eerste fase. Aan deze vernietiging komt terugwerkende kracht toe zodat het bedrijf niet over een nieuwe omgevingsvergunning beschikt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 7.16 Wm
- Artikel 8.4 Wm
- Artikel 8.18 Wm
- Artikel 8.19 Wm
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 3:11 Awb
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 6:22 Awb
- Artikel 8:69a Awb
- Artikel 16 Nbw 1998
- Artikel 2.1 Wabo
- Artikel 2.5 Wabo
- Artikel 2.6 Wabo
- Artikel 2.30 Wabo
- Artikel 2.31 Wabo
- Artikel 2.31a Wabo
- Artikel 2.33 Wabo
- Artikel 6.3 Wabo
- Artikel 5.4 Bor
- Artikel 4.1 Mor
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 23 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9255
- ABRvS 24 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1031
- ABRvS 5 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX6500
- ABRvS 24 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR5676
- ABRvS 5 december 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BB9428
- ABRvS 18 juli 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA9802
- ABRvS 27 december 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ5206