Rb. Noord-Nederland 11 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3567

Deze uitspraak gaat over twee lasten onder dwangsom vanwege het (laten) huisvesten van arbeidsmigranten op het perceel. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college niet bevoegd was om aan eiseres 2, als werkgever van de arbeidsmigranten, een last onder dwangsom op te leggen. Eiseres 2 is weliswaar overtreder omdat de overtreding aan haar kan worden toegerekend, maar zij heeft het niet in haar macht om de overtreding te beëindigen. Verder oordeelt de rechtbank dat de hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn onvoldoende zijn gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat de begunstigingstermijn op zichzelf niet te kort is gelet op het feit dat het college expliciet rekening houdt met de civiele procedure over de ontruiming. De rechtbank vindt echter dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom op voorhand uitdrukkelijk van een verdere verlenging wordt afgezien, in geval de civielrechtelijke procedure onverhoopt enige vertraging oploopt. Eiseressen krijgen gelijk en het beroep is dus gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken