Rb. Noord-Nederland 11 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3567
Deze uitspraak gaat over twee lasten onder dwangsom vanwege het (laten) huisvesten van arbeidsmigranten op het perceel. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college niet bevoegd was om aan eiseres 2, als werkgever van de arbeidsmigranten, een last onder dwangsom op te leggen. Eiseres 2 is weliswaar overtreder omdat de overtreding aan haar kan worden toegerekend, maar zij heeft het niet in haar macht om de overtreding te beëindigen. Verder oordeelt de rechtbank dat de hoogte van de dwangsom en de begunstigingstermijn onvoldoende zijn gemotiveerd. De rechtbank oordeelt dat de begunstigingstermijn op zichzelf niet te kort is gelet op het feit dat het college expliciet rekening houdt met de civiele procedure over de ontruiming. De rechtbank vindt echter dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom op voorhand uitdrukkelijk van een verdere verlenging wordt afgezien, in geval de civielrechtelijke procedure onverhoopt enige vertraging oploopt. Eiseressen krijgen gelijk en het beroep is dus gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 22 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4270
- ABRvS 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2621
- ABRvS 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678
- ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:118
- ABRvS 6 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2292
- ABRvS 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2067
- ABRvS 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1234
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- ABRvS 8 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:471
- ABRvS 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2568
- HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:733