ABRvS 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2621
Bij besluit van 10 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland de termijn die aan [appellant] was gegund om de bewoning van de woning aan de [locatie] in Maasland te beëindigen, verlengd tot 1 april 2023. Bij besluit van 16 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om uiterlijk binnen drie maanden de bewoning van de woning op het perceel [locatie] te Maasland te beëindigen en beëindigd te houden. Het bestemmingsplan stond namelijk alleen een bedrijfswoning toe en [appellant] was niet meer werkzaam voor het glastuinbouwbedrijf wat ter plaatse door [partij] werd geëxploiteerd. De termijn om aan de last te voldoen was oorspronkelijk drie maanden, maar is meerdere keren verlengd. Uiteindelijk heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland bij besluiten van 13 januari 2021, 16 april 2021, 12 mei 2021, 11 juni 2021, 8 juli 2021, 12 augustus 2021 en 7 september 2021 in totaal een dwangsom van € 20.000,00 ingevorderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl