Rb. Noord-Nederland 27 juli 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:3835
Geschil over de verhuurderheffing: -of, met een beroep op artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (hierna: IVBPR) en/of artikel 14 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), gelezen in samenhang met het recht op ongestoord genot van eigendom zoals vervat in artikel 1 Eerste Protocol en artikel 1 Twaalfde Protocol bij het EVRM, het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 20181 tot gevolg heeft dat de verhuurderheffing over het jaar 2019 achterwege dient te blijven; -of eiseres een beroep kan doen op door verweerder gevoerd, begunstigend beleid.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10 AWR
- Artikel 19 AWR
- Artikel 22 WOZ
- Artikel 24 WOZ
- Artikel 3 Wet verhuurderheffing
- Artikel 1.3 Wet maatregelen woningmarkt 2014 II
- Artikel 1.6 Wet maatregelen woningmarkt 2014 II
- Artikel 1.6a Wet maatregelen woningmarkt 2014 II
- Artikel 1.8 Wet maatregelen woningmarkt 2014 II
- Artikel 1.9 Wet maatregelen woningmarkt 2014 II
- Artikel 14 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
- Artikel 26 BUPO
Aangehaalde uitspraken
- HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:846
- Conclusie A-G Wattel 31 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:119
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:660
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 29 april 2008, ECLI:NL:XX:2008:BD3989
- HR 27 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV0394
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 22 juni 1999, ECLI:NL:XX:1999:AV1935