Rb. Noord-Nederland 20 april 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1585
Deze uitspraak gaat over het vergoeden van immateriële schade (smartengeld) die het gevolg is van de aardbevingsproblematiek. De rechtbank oordeelt dat het hanteren van een maximumbedrag per persoon van € 5.000 past binnen het civiele recht en binnen de Nederlandse rechtspraak over smartengeld. De keuze van het IMG om het grote aantal aanvragen te beoordelen aan de hand van een puntensysteem, acht de rechtbank ook passend. In dit geval is het huis van de aanvragers gesloopt, waarna op dezelfde plek een nieuw huis is gebouwd. In het puntensysteem van het IMG zijn hiervoor wel punten toegekend bij de bouwsteen ‘veiligheidssituatie’, maar niet bij de bouwsteen ‘omvang fysieke schade’. In dit geval doet dit geen recht aan de impact die sloop/nieuwbouw heeft gehad op de aanvragers. De rechtbank bepaalt daarom dat de vergoeding aan elk van de aanvragers niet € 3.000 behoort te zijn, zoals het IMG had beslist, maar € 5.000.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Noord-Nederland 9 december 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4802
- Hof Arnhem-Leeuwarden 27 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8342
- CRvB 25 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1019
- HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1534
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10717
- HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278
- Hof 's-Hertogenbosch 28 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1990
- HR 15 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376
- Rb. Amsterdam 4 augustus 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4992
- Rb. Noord-Nederland 1 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:715
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 juni 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:3984
- ABRvS 16 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3819
- Hof 's-Hertogenbosch 15 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3587
- Rb. Almelo 15 mei 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BW5853