Rb. Noord-Nederland 20 april 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:1585

Deze uitspraak gaat over het vergoeden van immateriële schade (smartengeld) die het gevolg is van de aardbevingsproblematiek. De rechtbank oordeelt dat het hanteren van een maximumbedrag per persoon van € 5.000 past binnen het civiele recht en binnen de Nederlandse rechtspraak over smartengeld. De keuze van het IMG om het grote aantal aanvragen te beoordelen aan de hand van een puntensysteem, acht de rechtbank ook passend. In dit geval is het huis van de aanvragers gesloopt, waarna op dezelfde plek een nieuw huis is gebouwd. In het puntensysteem van het IMG zijn hiervoor wel punten toegekend bij de bouwsteen ‘veiligheidssituatie’, maar niet bij de bouwsteen ‘omvang fysieke schade’. In dit geval doet dit geen recht aan de impact die sloop/nieuwbouw heeft gehad op de aanvragers. De rechtbank bepaalt daarom dat de vergoeding aan elk van de aanvragers niet € 3.000 behoort te zijn, zoals het IMG had beslist, maar € 5.000.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken