Rb. Noord-Nederland 17 juni 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:2078

Trefwoorden: verzoekschrift artikel 843a Rv, recht en belang, verboden onderpacht?, rechtsopvolging onder bijzondere titel Samenvatting: Verpachters verzoeken inzage in bedrijfsgegevens van de pachter. Zij hebben die gegevens nodig omdat zij van plan zijn in een bodemprocedure ontbinding en schadevergoeding te vorderen in verband met de volgens verpachters verboden onderpacht. De kantonrechter-voorzitter oordeelt dat verpachters een rechtmatig belang hebben bij inzage en afschrift van een deel van de verzochte gegevens. Dat verpachters rechtsopvolger onder bijzondere titel zijn betekent dat zij niet in alle rechten en verplichtingen van de verkoper treden. Dat neemt niet weg dat verpachters gebonden zijn aan de pachtovereenkomst die aan de door hen gekochte percelen is verbonden. Als zou komen vast te staan dat de pachter met hun rechtsvoorgangster van de pachtovereenkomst afwijkende afspraken heeft gemaakt, betekent dit dat de huidige verpachters daaraan gebonden zijn. De verpachters mochten als rechtsopvolgers onder bijzondere titel echter in beginsel afgaan op de informatie uit het pachtcontract dat onderverpachting verboden was. Dat zij na de koop van de percelen in 2014 vervolgens werden geconfronteerd met onderpacht, is daarom voldoende om aan te nemen dat zij recht en belang hebben bij inzage en afschrift van stukken ter voorbereiding op een mogelijke bodemprocedure. Hun vordering is daarmee immers niet op voorhand als kansloos aan te merken. Het ligt op de weg van de pachter om in de bodemprocedure het bewijs te leveren van het bevrijdende verweer dat toestemming is gegeven. Dat de rechtsvoorgangster van de verpachters na haar brief aan pachter over de lelieteelt geen actie heeft ondernomen, kan verpachters als rechtsopvolgers onder bijzondere titel niet worden tegengeworpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken