Rb. Noord-Nederland 16 maart 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:1213
Eiser werkt aan boord van een pijplegschip. De vraag die voorligt, is of het pijplegschip 'in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd' als bedoeld in artikel 15, derde lid, van het belastingverdrag tussen Nederland en Zwitserland. De rechtbank zet aan de hand van drie interpretatiemethoden uiteen hoe het begrip ‘internationaal verkeer’ in artikel 15, derde lid, van het belastingverdrag uitgelegd kan worden. De verschillende interpretatiemethoden leiden tot verschillende uitkomsten. De rechtbank kiest voor de teleologische interpretatie. De term ‘in internationaal verkeer wordt geëxploiteerd’ moet zo uitgelegd worden dat alle activiteiten van schepen en vliegtuigen waarbij een of meerdere landsgrenzen worden overschreden, daaronder vallen. N.B. Alle verwijzingen naar eerdere overwegingen binnen de uitspraak - voor zover wordt verwezen naar overwegingen na 25. - wijken één nummer af. In overweging 35. wordt bijvoorbeeld verwezen naar overweging 32. Dat moet zijn 33.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 2 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8396
- Rb. Den Haag 2 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8397
- Rb. Den Haag 2 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8398
- Rb. Den Haag 2 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8399
- Rb. Den Haag 2 augustus 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:8401
- HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:356
- Rb. Rotterdam 24 december 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:10102
- Rb. Breda 29 november 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BZ2558
- HR 15 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1976
- Hof 's-Hertogenbosch 16 april 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BM7462
- Hof 's-Hertogenbosch 30 december 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BL8891
- HR 7 maart 1979, ECLI:NL:HR:1979:AB7440
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:188