Hof 's-Hertogenbosch 30 december 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BL8891
Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit en is woonachtig in België. Hij is in dienst van een in Nederland gevestigd zeesleep- en bergingsbedrijf. In het onderhavige jaar heeft belanghebbende 22 dagen in Nederland gewerkt en 212 dagen aan boord van een zeesleper in de wateren voor de Nigeriaanse kust. In geschil is of belanghebbende ten aanzien van die laatstbedoelde dagen in Nederland belastingplichtig is. Volgens het hof is dat het geval. Belanghebbende was immers werkzaam op een schip dat werd geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in Nederland was gelegen. Op grond van het nieuwe Verdrag Nederland - België is de heffing over belanghebbendes inkomen aan Nederland toegewezen. Nu belanghebbende gedeeltelijk buiten Nederland de dienstbetrekking voor een inhoudingsplichtige in de zin van de Wet LB vervulde, wordt zijn dienstbetrekking op grond van art. 7.2, lid 7, van de Wet IB 2001, geacht geheel in Nederland te zijn vervuld. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen. In voorgaande jaren was het oude Verdrag Nederland - België van toepassing, op grond waarvan het loon van belanghebbende toen niet in Nederland was belast.
De uitspraak op rechtspraak.nl