Rb. Noord-Holland 10 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14411
Jeugdstrafrecht. Reeks brandstichtingen, waaronder in een winkel in een winkelcentrum. Bewijsoverweging m.b.t. opzet en medeplegen. Medeplegen opzettelijk brand stichten met gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 93 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, een proeftijd van 2 jaren en als dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de jeugdreclassering, begeleiding door Zware Jongens, een ambulante of poliklinische behandeling, het meewerken aan het hebben en behouden van een dagbesteding, een contactverbod met de medeverdachte en een verplichting tot inzage van social media voor de jeugdreclasseerder, de jeugdbeschermer en de coach. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een (onvoorwaardelijke) werkstraf voor de duur van 120 uren. De vorderingen tot schadevergoeding worden steeds voor de helft toegewezen vanwege het verschil in juridische positie tussen de medeverdachte en de ouders van de verdachte. Omdat de verdachte ten tijde van het plegen van het feit jonger was dan 14 jaar, worden de ouders van de verdachte veroordeeld tot betaling van de toegewezen schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl