Rb. Noord-Holland 27 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12740
Het beroep van eiseres gericht tegen de aan vergunninghouder verleende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is gegrond. Het bestreden besluit en het daarop volgende wijzigingsbesluit bevatten meerdere gebreken. Allereerst is het wijzigingsbesluit ten onrechte niet met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) voorbereid. Verder is niet gebleken dat de natuurvergunning van de Maatschap waarmee extern wordt gesaldeerd daadwerkelijk als gevolg van die saldering gedeeltelijk is ingetrokken. Verweerder heeft niet aangetoond dat de uitbreiding van emissie in de natuurvergunning van de andere onderneming waarmee extern wordt gesaldeerd daadwerkelijk is gerealiseerd. Ook heeft verweerder een notitie over de emissie van deze onderneming ten onrechte in de voorbereidingsfase van het besluit niet ter inzage gelegd. Ten slotte heeft verweerder erkend dat de motivering van het zogeheten additionaliteitsvereiste in het bestreden besluit niet aan de vereisten voldoet die recente jurisprudentie daaraan stelt. Om al deze redenen is het beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl